CLB / Gastschool

GON of Geïntegreerd ONderwijs is een samenwerking tussen het gewoon en het buitengewoon onderwijs, waarbij de GON-begeleider extra ondersteuning aanbiedt in het gewoon onderwijs en daarbij steunt op de ervaring uit het buitengewoon onderwijs.

Doelgroep

Vanuit het Zonneken bieden wij GON-ondersteuning op kleuter – en lager onderwijsniveau voor volgende doelgroepen:

  • kinderen met de diagnose ASS of een primaire taalstoornis/auditieve stoornis (type 7)
  • kinderen met een motorische beperking of neurologische problematiek (type 4)
  • kinderen die minstens 9 maanden in type 8 school gelopen hebben (type 8)

Het gaat om kinderen met een in aanleg gemiddelde IQ.

Opstarten van een GON-begeleiding

De kandidaat GON-leerling wordt door de CLB-verantwoordelijke van de gastschool aangemeld bij de GON-coördinatoren (Greet Michiels en Lynn Lammens).

Deze aanvragen kunnen gebeuren van 1 september tot 30 mei van het schooljaar voorafgaand aan de opstart van de GON-begeleiding.

Concreet betekent dit als men GON-begeleiding wenst voor het schooljaar 2012-2013, deze aanvragen ten laatste in ons bezit moeten zijn op 30 mei 2012.

MPI Zonneken organiseert in juni een algemene info-avond voor nieuwe GON-ouders.

De uitnodigingen worden verspreid via de CLB-medewerkers.

Na de aanmelding van de GON-leerling volgt er in juni/september een telefonisch contact om de opstart GON definitief te bevestigen en om een datum voor de startvergadering vast te leggen.

Het is de taak van de CLB-medewerker om de verschillende partijen op de hoogte te  brengen van de datum van het startoverleg.

Tijdens de startvergadering zijn volgende partijen aanwezig:

  • Ouders of voogd van de kandidaat GON-leerling
  • Gastschool = school voor gewoon onderwijs (leerkracht, zorgleerkracht en directie)
  • CLB- verantwoordelijke van de gastschool
  • Dienstverlenende school= MPIGO Zonneken (GON-begeleider/GON-coördinator)
  • Externe begeleiders (logopedist, kinesist, psycholoog…) indien wenselijk

Tijdens de eerste startvergadering wordt het integratieplan opgesteld.

Op het eerste blad worden de algemene gegevens van de leerling ingevuld.

Verder wordt een omschrijving gegeven van de problematiek van de leerling. Er wordt tevens een hulpvraag genoteerd op niveau van de leerling, de ouders en de school. Dit betekent concreet dat alle partijen moeten kunnen duiden waar hun prioriteiten liggen m.b.t. zorg naar de kandidaat GON-leerling.

Het is belangrijk dat er nog andere hulpverleners bij de opmaak van het integratieplan worden betrokken.

Bij de startvergadering wordt ook de intensiteit van de hulp bepaald. De intensiteit wordt uitgedrukt in eenheden. Deze komen niet overeen met uren. (eenheden behoren toe aan de school voor buitengewoon onderwijs. Toegekende eenheden zijn niet rechtstreeks gekoppeld aan de omkadering en de toekenning van uren begeleiding aan een kind. Het pakket is flexibel.)

Onderwijzend personeel:leerkracht kleuter- en lager onderwijs Paramedisch personeel:kinesist, logopedist, ergotherapeut, psycholoog, orthopedagoog
1 eenheid = 50 minuten. Het onderwijzend personeelslid geeft 50 minuten effectief begeleiding (overleg met de ouders of schoolteam inbegrepen- concreet betekent dit dat de GON-begeleider kort kan overleggen voor of na de aanvang van de begeleiding. Contact via mail is ook mogelijk).Verplaatsingstijd en administratie is niet inbegrepen in deze 50 minuten. 1 eenheid = 50 minuten. Het paramedisch personeel geeft hiervan 40 minuten effectief begeleiding. (overleg met de ouders en het schoolteam inbegrepen- concreet betekent dit dat de GON-begeleider kort kan overleggen voor of na de aanvang van de begeleiding. Contact via mail is ook mogelijk).Verplaatsingstijd en administratie is niet inbegrepen in deze 40 minuten.

Indien wenselijk en mogelijk voor het kind en de schoolwerking, zal de begeleider de uren van de pauzes gebruiken in functie van de begeleiding.

Naast de intensiteit van de hulp wordt ook de inhoud van de begeleiding geformuleerd. 

Er wordt afgesproken of de hulp klasintern en/of  -extern georganiseerd kan worden.

We willen hierbij graag opmerken dat een GON-begeleiding alleen maar kans op slagen heeft als alle partijen zich openstellen voor elkaar en een goede communicatie, hoe moeilijk die soms ook is, nastreven.

Wanneer een conscencus is bereikt  over de doelstellingen die vanuit de verschillende hulpvragen werden opgesteld, gaan alle partijen het eerste blad van het integratieplan handtekenen voor akkoord.

In de loop van oktober wordt er een nieuwsbrief verspreid op de gastscholen omtrent nieuwe afspraken, data teams/ped. studiedagen van de begeleiders en initiatieven omtrent aangeboden info-avonden of opleidingen.

Taken van de GON-begeleider

De GON-begeleider is de spilfiguur tussen de school en het gezin.

Het is dus zeer belangrijk om zoveel mogelijk informatie door te geven over hoe het kind op school en thuis functioneert.

De GON-begeleider gaat in eerste instantie starten met een observatieperiode.

Deze periode kan, afhankelijk van kind tot kind, 2 tot 4 weken duren.

Het is belangrijk om het kind in zoveel mogelijk verschillende situaties te observeren.

Daarnaast kan de GON-begeleider vragenlijsten meegeven aan de verschillende partijen, om op die manier een nog beter beeld van de beginsituatie te creëren.

Wanneer de begeleider een idee heeft over het functioneren en het al dan niet welbevinden van het kind, kan hij/zij, op basis van de hulpvraag in het integratieplan, een handelingsplan voor korte en lange termijn opstellen.

Het is belangrijk om van bij de aanvang van de begeleiding af te spreken via welk kanaal de ouders en de begeleider gaan contact houden (schriftelijk, via e-mail of telefonisch).

Wanneer de begeleiding effectief is gestart, gaat de begeleider afhankelijk van wat werd afgesproken bij de opmaak van het integratieplan individueel en/of klassikaal met het kind aan de slag.

Het is belangrijk om ook de leerkracht te ondersteunen en te informeren.

Het is de taak van de GON-begeleider om mogelijke twijfels van de leerkracht te kunnen verwoorden en hierop te anticiperen.

Daarom is ook hier een goede communicatie een basisvereiste om tot een goede samenwerking te komen.

De leerkracht dient van zijn kant de GON-begeleider zoveel mogelijk op de hoogte te brengen van de verschillende schoolse activiteiten. Deze kunnen dan indien gewenst, worden voorbereid met het kind tijdens het wekelijks individueel momentje.

In dit ganse proces van begeleiden is het belangrijk om het CLB niet te vergeten.

Tenzij voor de eerste startvergadering, draagt de GON begeleider de verantwoordelijkheid om de verschillende partijen uit te nodigen voor een tussentijds of eindoverleg.

Jaarplanning

In het algemeen kan gesteld worden dat alle betrokken partijen drie keer per jaar samenzitten.

Wanneer de GON het voorgaande schooljaar werd opgestart is het voldoende om de werkpunten van de eindevaluatie als basis voor het nieuwe schooljaar te nemen en is m.a.w. een startvergadering niet altijd direct  in september noodzakelijk.

Wanneer de GON-begeleiding echter één of meerdere schooljaren werd opgeschort, lijkt het zeer wenselijk om bij de start van het nieuwe schooljaar alsnog met alle partijen de werkpunten te overlopen.

Een tweede bijeenkomst wordt gepland rond het einde van het eerste semester.

Tijdens deze vergadering worden de verschillende begindoelstellingen nagegaan/geëvalueerd en aangepast indien nodig.

Op het einde van het schooljaar is er nog een eindevaluatie waarbij gekeken wordt naar de noodzaak van het verderzetten van de GON-begeleiding en de invulling van het eventuele vervolg. Het is dan wenselijk dat de leerkracht van het volgend schooljaar daarop aanwezig is.

De GON-begeleider maakt van elke bijeenkomst een verslag op en bezorgt dit aan alle partijen. Voor de startvergadering kan het integratieplan dienen als weergave van de bespreking. De verschillende partijen ontvangen een copie van het integratieplan.

Voor meer informatie kan je de GON-coördinator Greet Michiels contacteren via [email protected].